Tekstversie Wereldwijd actief

    Wereldwijd Actief is een site van de Koninklijke Marine. Je kunt op deze website meer te weten komen over de wereldwijde inzet van de Koninklijke Marine. Zo kan je vinden waar de schepen opereren, personeel op kazernes is gestationeerd, waar mariniers aan het werk zijn en worden opgeleid en waar missies worden uitgevoerd.

    1. Korps Mariniers

    Nederland: Rotterdam

    Rotterdam heeft een rijke historie met het Korps Mariniers.

    Van Ghentkazerne

    De meeste mariniersopleidingen worden gegeven in het Mariniers Opleidingscentrum (MOC) in de Van Ghentkazerne te Rotterdam. Onder andere de basisopleiding tot marinier (drieëndertig weken) (https://werkenbijdefensie.nl/vacature/marinier-83.html)en de Praktische Opleiding tot Officier der Mariniers (twaalf maanden) (https://werkenbijdefensie.nl/vacature/officier-der-mariniers-korte-officiersopleiding-99.html), zijn hier gehuisvest. Naast het aanleren van specifieke militaire vaardigheden, wordt veel aandacht besteed aan teamwork: het leren leven en werken in groepsverband, ook onder moeilijke omstandigheden. Hieronder horen twee pittige weken amfibische training op Texel bij.
    Tijdens de mariniersopleiding versnellen verzwaarde omstandigheden het groepsproces en versterken de onderlinge band. Daarom word je tijdens de opleiding vaak onder druk gezet, zowel mentaal als fysiek. Je leert niet alleen te incasseren en door te zetten, maar ook dat het belang van de groep voor gaat. Samen uit, samen thuis.
    Bij het Mariniers Opleidingscentrum worden ook de specialistische opleidingen verzorgd. Bijvoorbeeld de opleiding tot mortierist, sportinstructeur of sniper. Opleidingen tot parachutist, kikvorsman en commando zijn op andere plekken in Nederland gehuisvest. Ook worden vaak cursussen in het buitenland verzorgd, zoals de opleidingen tot jungle warfare instructor, skileraar en kliminstructeur.
    Muziek en de krijgsmacht gaan al vele eeuwen samen. Zo ook binnen de Koninklijke Marine (https://werkenbijdefensie.nl/functiegroepen/muziek.html). Gevechten in de afgelopen eeuwen zijn altijd omgeven geweest met muzikale elementen. Was het niet het marcheren op muziek, dan was het wel het muzikale teken dat de aanval was geopend. Muziek heeft vandaag de dag meer een ceremoniële rol binnen de krijgsmacht. De Marinierskapel der Koninklijke Marine is een militair harmonieorkest en bestaat uit vierenvijftig musici die in het bezit zijn van een conservatoriumdiploma. Naast de Marinierskapel beschikt het Korps Mariniers over de Tamboers en Pijpers (https://werkenbijdefensie.nl/vacature/marinier-tamboers-en-pijpers-469.html). Deze bestaan vele eeuwen langer dan de Marinierskapel en vormen de basis voor de hedendaagse militaire marsmuziek. De primaire taak is muzikale begeleiding bij militair ceremonieel, zoals erewachten bij staatsbezoeken, ontvangst van ambassadeurs bij het Koninklijk Paleis, beëdigingen, medaille-uitreikingen, herdenkingen en niet in de laatste plaats bij de doop of de indienststelling van nieuwe (marine)schepen.
    Voordat je aan het werk kunt bij het Korps Mariniers, krijg je een pittige training (https://werkenbijdefensie.nl/krijgsmachtdelen/marine/vakgebieden/gevechtsfuncties.html). Je gaat fysiek en mentaal tot het uiterste en niet iedereen zal de opleiding afmaken. Het team wat overblijft is sterk en goed op elkaar ingespeeld. Theoretische opleidingen worden gegeven op de Van Ghentkazerne. Oefeningen en trainingen vinden door het hele land en in het buitenland plaats.

    Mariniersmuseum

    Het Korps Mariniers is op tien december 1665 opgericht. Sindsdien opereren de mariniers ‘zo wijd de wereld strekt’. In het Mariniersmuseum in Rotterdam kun je alles te weten komen over de belangrijke rol van de mariniers in de geschiedenis van Nederland en alles over de acties van mariniers van 1665 tot nu. Het museum is gevestigd aan de Wijnhaven, een belangrijke locatie voor het Korps. Hier vochten de mariniers in 1940 tegen de Duitse invasie en voor het behoud van de Maasbruggen. De vaste expositie van het Mariniersmuseum brengt het heden en verleden van het Korps Mariniers op een levendige wijze bij elkaar. Het thema ‘landingen’ voert je onder andere langs de befaamde vuurdoop van het Korps, de zogenaamde tocht naar Chatam in 1667 en over het erg moderne amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam. Bij het thema ‘te land’ kan je fysiek de warmte en de sfeer voelen van de periode is Nieuw Guinea. Bij het thema ‘ter zee’ beleef je een echte boarding, waarbij mariniers in een razendsnelle actie het commando van een verdacht of gekaapt schip overnemen. Aandacht voor oude, maar ook hedendaagse communicatiemiddelen ontbreekt natuurlijk niet. Rotterdam, de thuishaven van de Nederlandse ‘zeesoldaten’ neemt uiteraard een belangrijke plaats in.

    Nederland: Texel

    Op de Joost Dourleinkazerne op Texel is het Amfibisch Ondersteuningsbataljon gehuisvest, waar alle amfibische opleidingen van het Korps Mariniers worden verzorgd. Daarnaast is de kazerne de thuisbasis van de Eerste en Twee Bootcompagnie van het Korps Mariniers. Hierin zijn alle landingsvoertuigen en de Amphibious Beach Unit ondergebracht.
    Voor je jezelf marinier mag noemen, volg je eerst de elementaire vakopleiding (EVO). Deze duurt in totaal drieëndertig weken, waarin je getraind wordt op fysieke vaardigheid, schietvaardigheid en gevechtsvaardigheid. Tijdens deze periode ga je verschillende malen op bivak, waaronder twee weken amfibische training op Texel. Ook aan het begin van je opleiding tot matroos en (onder)officier zit je een aantal dagen op Texel.
    De opleiding tot marineofficier aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) start met een algemene officiersopleiding (https://werkenbijdefensie.nl/werken-bij/defensie-opleidingen/koninklijke-militaire-academie.html) van tien weken, met onder meer de groepsconfrontatie op Texel, een korpsintroductie en drie weken varen. De groepsintroductie staat in het teken van het verleggen van grenzen en het besef dat je als groep meer kan bereiken dan als individu. Op Texel verander je van ‘spijkerbroeker’ in militair.

    Nederland: Doorn en het Korps Mariniers

    In Doorn bevindt zich de Van Braam Houckgeestkazerne. Dit is de thuisbasis van het Mariniers Trainingscommando. Hier zijn de meeste operationele eenheden ondergebracht. De opdracht van het Mariniers Trainingscommando (MTC) is om marinierseenheden gereed te maken voor inzet overal te wereld, conform de lijfspreuk van het Korps Mariniers: Qua patet orbis, zo wijd de wereld strekt. Bovendien is het Mariniers Trainingscommando voor de gehele krijgsmacht aanspreekpunt als het gaat om mountain en artic warfare en jungle warfare.
    Het Mariniers Trainingscommando bestaat uit een staf, het Eerste en Tweede Mariniersbataljon, het Amfibisch Gevechtssteunbataljon en het Amfibisch Logistiek Bataljon. De staf van het Mariniers Trainingscommando heeft, ter ondersteuning van oefeningen en trainingen, diverse trainers in dienst. Dit zijn bijvoorbeeld experts op het gebied van schieten, fysieke training, nucleaire, biologische en chemische oorlogsvoering en optreden met helikopters en vliegtuigen.

    Eerste Mariniersbataljon

    Het Eerste Mariniersbataljon is als lichte infanterie snel wereldwijd inzetbaar. Het principe is ‘first in, first out’, met een minimum aan uitrusting en minimale logistieke ondersteuning. De situaties variëren van natuurrampenbestrijding tot en met daadwerkelijke oorlogsvoering. De diverse subeenheden opereren zelfstandig en kunnen op elk soort terrein en onder alle omstandigheden hun missie uitvoeren en volbrengen. Het bataljon is ook getraind en uitgerust om amfibisch te opereren.

    Tweede Mariniersbataljon

    Het Tweede Mariniersbataljon is wereldwijd inzetbaar als lichte-infanterie-eenheid. De situaties variëren van een bijdrage aan nationale rampenbestrijding en crisisbeheersing, internationale humanitaire hulpverlening en peace-supportoperaties tot aan daadwerkelijke oorlogsvoering. De eenheid is wereldwijd direct inzetbaar met een minimum aan uitrusting en logistieke ondersteuning. Net als het Eerste Mariniersbataljon, doorloopt het Tweede Mariniersbataljon diverse trainingen en oefeningen. Per compagnie worden verschillende specialisaties als hoofddoel gesteld. Denk daarbij aan optreden in de jungle of juist in dichtbevolkte gebieden, zoals een stad. Maar denk bijvoorbeeld ook aan een arctisch optreden of wapentechnische specialisaties. Het beoefenen en trainingen van specialisaties vindt vaak plaats onder zware fysieke en klimatologische omstandigheden.

    Amfibisch gevechtssteunbataljon

    Het Amfibisch Gevechtssteunbataljon is onder alle mogelijke klimatologische en geografische omstandigheden inzetbaar voor een aantal specialisatie taken. Het bataljon bestaat uit de Eerste en Tweede Bootcompagnie (Texel), de Marine Joint Effect Battery en de Maritieme Speciale Operaties. Het bataljon steunt het Korps Mariniers overal ter wereld met transporten over het water, het leveren van vuursteun en de inzet van Special Forces.
    De Marine Joint Effect Battery verzorgt de vuursteun bij mariniersoperaties. Hiervoor beschikt dit bataljon over het 120 mm mortier. Daarnaast heeft deze eenheid gespecialiseerde teams die alle soorten vuursteun, zowel vanuit de lucht als vanaf de zee en op het land, kunnen coördineren en begeleiden voor de opererende marinierseenheden op het land. De eenheid heeft ook tegenluchtdoelenpeloton dat uitgerust is met stingerraketten, waarmee vijandelijke vliegtuigen uitgeschakeld kunnen worden.
    De Maritieme Speciale Operaties compagnie is de Special Forces eenheid van het Korps Mariniers. Deze eenheid kan op uiteenlopende manieren worden ingezet voor het uitvoeren van speciale operaties. Bijvoorbeeld met helikopters, per parachutes en met alle soorten voertuigen. Ook kunnen zij met alle schepen van over en onder het water worden ingezet, zelfs met onderzeeboten. De mariniers die bij deze eenheid dienen, worden onder andere opgeleid tot kikvorsman, mountainleader of unit interventie marinier operator.

    Amfibisch logistiek bataljon

    Het Amfibisch Logistiek Bataljon (LOGBAT) ondersteunt de infanteriebataljons van het Korps Mariniers met onder andere koks, transportsteun, monteurs en bevoorrading. Om dit zo efficiënt mogelijk te doen is het LOGBAT opgebouwd uit een bataljonsstaf en drie eenheden. Elke eenheid heeft ongeveer de grootte van een compagnie, dat is ongeveer honderd man of vrouw, waarin verschillende specialismen zijn geconcentreerd. Het Amfibisch Logistiek Bataljon heeft dezelfde operationele status als de overige bataljons. Dit houdt in dat het Amfibisch Logistiek Bataljon beschikbaar is voor inzet en oefeningen. Vooral het personeel van de vloot dat hier onderdeel van uitmaakt, wordt voorbereid op het werken én zichzelf verdedigen in het veld. Want iedereen, van kok tot magazijnbeheerder, moet een konvooi kunnen beveiligen. Iedere vijand weet namelijk dat de voorkant vanzelf ophoudt met vechten als je de aanvoer weet te stagneren.

    Unit Interventie Mariniers

    Sinds de herziening van het stelsel van speciale eenheden in juli 2006, hebben de BBE-Mariniers een andere naam gekregen om ook op die manier in het nieuwe stelsel van de ‘Dienst Speciale Interventies’ te passen. Sindsdien heet de eenheid Unit Interventie Mariniers. De Unit Interventie Mariniers is de Nederlandse nationale anti-terreureenheid en is onderdeel van het Korps Mariniers. Naast de Unit Interventie Mariniers-taak, heeft de Unit Interventie Mariniers de oorlogstaak om als Special Forces op te kunnen treden.
    De Unit Interventie Mariniers heeft een unieke kennis en kunde in huis om onder bijzondere omstandigheden van terreur, ter ondersteuning van de civiele autoriteiten, ingezet te kunnen worden. Als laatste redmiddel, wanneer de limieten van andere eenheden zijn bereikt. Daarom staat de Unit Interventie Mariniers vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week paraat. Niet voor niets is het motto: ‘semper paratus pro justitia’, ofwel ‘altijd paraat voor gerechtigheid’.
    Onder de taken van de Unit Interventie Mariniers vallen ook specifieke gebouwen, boorplatformen, ferry’s en grote vliegtuigen. Een interventieactie op deze objecten vereist bijzondere vaardigheden, omdat het onder alle omstandigheden moet kunnen plaatsvinden. De Unit Interventie Mariniers is dan ook in staat om door de lucht en over en onder water te opereren. De Unit Interventie Mariniers werkt nauw samen met andere eenheden en instanties, zoals de Koninklijke Marechaussee, de Dienst Speciale Interventies en het Ministerie van Justitie.

    Noorwegen: opereren en overleven in de bergen en de Artic

    In het noorden van Noorwegen bekwamen de verschillende eenheden van het Korps Mariniers zich in het opereren en overleven in de bergen en de arctische omstandigheden. Het belang van deze twee trainingen werd tijdens operaties waaraan het korps in de afgelopen jaren deelnamen, keer op keer aangetoond. De vaardigheden die de mariniers opdoen voor het overleven, bewegen en vechten onder extreme klimatologische omstandigheden, blijken een perfectie basis te vormen voor optreden waar dan ook ter wereld.
    De bergtraining is opgedeeld in de Mountain Movement and Survival Course en de Mountain Warfare Course. Tijdens de eerste fase leren de mariniers de basiselementen zoals verplaatsen, bivakkeren en overleven. De mariniers lopen in deze fase een aantal lange bergmarsen met volledige bepakking om goed te leren navigeren in bergachtig terrein. Daarnaast krijgen ze nog specifieke oefeningen, zoals klim- en afdaaltechnieken en rivier-oversteken.

    Mountain Warfare Course

    In de Mountain Warfare Course moeten de mariniers alle geleerde vaardigheden in de praktijk brengen tijdens gevechtsoefeningen. Dit gebeurt door middel van verkenningspatrouilles, hinderlagen, aanvallen en gevechtspatrouilles. De training wordt afgesloten met een meerdaagse eindoefening. De eenheden doorlopen hierbij uitdagende scenario’s.

    Wintertraining

    De opbouw van de wintertraining lijkt erg op die van de bergtraining. In Nederland wordt al begonnen met een aantal theorielessen, zodat men in Noorwegen zo snel mogelijk praktisch aan de gang kan. Tijdens de eerste fase leren de mariniers de basiselementen, zoals het opzetten van een bivak, het verplaatsen van ski’s en laplanders en hoe te handelen bij lawines. Daarnaast leert men tijdens het wakskiën hoe je zo snel mogelijk uit een wak komt als je door het ijs bent gezakt.

    Winter Warfare Course

    Tijdens de Winter Warfare Course worden alle geleerde vaardigheden in de praktijk gebracht. Dit gebeurt door middel van hinderlagen, aanvallen en gevechtspatrouilles. De wintertraining wordt afgesloten met een aantal grote aanvallen, waaronder een compagniesaanval. Mariniers die de berg- en wintertraining met goed resultaat hebben volbracht, krijgen de felbegeerde Koud Weer Trainings-speld.

    Suriname: omgaan met hitte, een hoge luchtvochtigheid en ongedierte

    Altijd en overal inzetbaar zijn. Dat is het motto van het Korps Mariniers. Dit betekent dus ook onder tropische omstandigheden. In de Surinaamse jungle gaan de mariniers op ‘jungletraining’. Met andere woorden vijf weken hitte, ongedierte en stinken als een bunzing. In een groot deel van de jungle is het zicht maar een meter of vijftien. Samen met de klamme hitte en de hoge luchtvochtigheid, maakt dat het vechten erg zwaar is. Vooral de coördinatie van een aanval is door de dichte begroeiing moeilijk.

    Jungle Warfare Course

    Het eerste gedeelte wordt jungle-fitheid genoemd. Dit deel van de training vindt in Nederland plaats. Als je niet fit bent, kom je in de jungle binnen de kortste keren in de problemen. Daarnaast worden het zwemvermogen en de schietvaardigheid getest en krijg je de nodige vaccinaties.
    De tweede fase start in Suriname. Je begint met een weekje acclimatiseren. Je krijgt les van een lokale veldbioloog over wat er allemaal in de bossen kruipt en vliegt en je leert omgaan met de shotgun die je meekrijgt om te jagen. Daarnaast loop je marsen van ongeveer twaalf kilometer. Sporten is namelijk de beste manier om snel aan de hitte te wennen. Tijdens de tweede fase worden de rivier en het land door lokale indianen ingezegend. De mariniers doen uiteraard aan dit ritueel mee.
    De derde fase is erg belangrijk. Je krijgt te maken met close target contactdrills (hoe te handelen als je aangevallen wordt), ambush (wat te doen bij een hinderlaag) en riverine ops (zo veilig mogelijk de rivieren, de ‘snelwegen’ van de jungle, bevaren).
    De laatste fase wordt ook wel de final exercise of finex genoemd. De mariniers rukken aan beide zijden van de rivier op en doen een aanval op een heuvel met daarop een nagebouwd dorp dat verdedigd wordt door het meegereisde demoteam. Het demoteam bestaat uit volledig jungle-getrainde mariniers die tijdens de hele cursus voor oefenvijand spelen. De finex wordt afgesloten met een grote aanval op een brug.
    In de jungle zijn er drie grote gevaren. Ten eerste regen. Door de regen worden bomen topzwaar, waardoor ze kunnen omvallen. Ten tweede de hitte. Er wordt getraind met wel dertig kilo aan materiaal en oververhitting ligt op de loer. Tenslotte flashfloods. Als het tweehonderd kilometer verderop regent, kunnen kleine stroompjes buiten hun oevers treden. Je zou verwachten dat de jungle ook gevaarlijk is qua dieren, maar dat valt wel mee. Er leven onder andere slangen, vogelspinnen, schorpioenen en piranha’s, maar die blijven over het algemeen wel uit de buurt.

    2. Vloot

    Aan boord van onze schepen zijn we vaak hard aan het werk, maar daarnaast moet je natuurlijk ook eten, slapen, douchen en ontspannen. Dit alles gebeurt uiteraard allemaal aan boord. Dat is anders dan bij een gewone baan, waar je naar huis gaat als je klaar bent. Het is erg belangrijk dat je je aan boord prettig en thuis voelt. Ondanks dat je op een marineschip zit met veel grijs om je heen, is er bij de bouw veel aandacht besteed aan het leefcomfort.

    Hr. Ms. De Ruyter

    De Hr. Ms. De Ruyter behoort tot de De Zeven Provinciën-klasse. Dit type schip heeft enerzijds een commandofunctie en anderzijds zijn de fregatten toegerust met luchtverdediging en kunnen zij het hele eskader beschermen. Vanwege deze functies worden ze ook wel luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF’s) genoemd. Door het gebruik van stealth-technieken hebben ze een strak en hoekig uiterlijk. Op dit type schip is ruimte voor maximaal 202 bemanningsleden, inclusief de staf.
    De naam van Michiel de Ruyter is sinds 1652 verbonden aan de Nederlandse marine. Hij speelde een belangrijke rol in de verdediging van de Nederlanden, zorgde mede voor de modernisering van de vloot en hij is één van de oprichters van het Korps Mariniers. In de Nederlandse Marine vernoemt men daarom altijd een schip naar deze grote zeeheld. Op dit moment is dat het luchtverdedigings- en commandofregat Hr. Ms. De Ruyter. De maximale snelheid die zij kan behalen is dertig knopen. Hr. Ms. De Ruyter is bewapend met een Oto Breda-kanon 127mm, een Vertical Launch System (VLS) Mk 41 voor Enhanced Sea, de Sparrow Missile en Standard Missile Harpoon Missile, een Goalkeeper (snelvuurkanon), Oerlikon-mitrailleurs 20 mm mk. 46 torpedo-wapensysteem.
    De Nederlandse Antillen beschikken altijd over een stationsschip, zo eerder ook Hr. Ms. Ruyter. De belangrijkste taak bestaat – naast maritieme presentie, uit het uitvoeren van counterdrugsoperaties en kustwachttaken. Voor countersdrugstaken buiten de territoriale wateren krijgt het stationsschip een ‘Law Enforcement Detachment’ (LEDET) van de US Coast Guard aan boord. Bovendien is het schip uitgerust met een Westland Lynx-helikopter.
    Het stationsschip vervult de kustwachttaken in de territoriale wateren van de Nederlandse Antillen en Aruba samen met de kustwacht van deze landen. Het werk bestaat voornamelijk uit scheepvaartcontrole en reddingsoperaties. In geval van natuurrampen zoals orkaanpassages, kan het stationsschip snel worden ingezet voor humanitaire reddingsoperaties. Dit gebeurde ook met een eerder stationsschip, Hr. Ms. Van Nes, die in september 2007, na de passage van orkaan Felix, in Nicaragua werd ingezet.

    Hr. Ms. Tromp

    De luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF’s) behoren tot het neusje van de zalm van de Koninklijke Marine. Deze schepen zijn van 2002 tot en met 2005 in dienst gesteld. Dankzij de geavanceerde radars en software kunnen zich maar weinig schepen met deze fregatten meten. De Hr. Ms. Tromps en de Hr. Ms. De Zeven Provinciën hebben als enige commandofaciliteiten aan boord.
    De LCF’s kunnen zestien luchtdoelen tegelijk aanvallen. Ze beschikken hiervoor over de mogelijkheden tot het afschieten van geavanceerde wapens, namelijk de Standard Missile 2 (SM2) en de Envolved Sea Sparrow Missile (ESSM). De SM2 heeft een bereik van zeventig kilometer en een snelheid van tweeënhalf mach. Dit is het sterkste luchtwapen tegen luchtdoelen binnen de marine.
    Op Hawaï heeft Hr. Ms. Tromp laten zien waar de radar en aangepaste software toe in staat zijn. Hier nam het schip met de radar een ballistische raket waar, die op vierhonderd kilometer afstand was gelanceerd. Hr. Ms.  Tromp kon de raket opsporen en volgen buiten de dampkring. Hiermee is Hr. Ms. Tromp het enige schip in de wereld dat driehonderdzestig graden rondom raketten buiten de dampkring kan vinden.
    Hr. Ms. Tromp kan een snelheid van dertig knopen halen en  er kunnen 174 bemanningsleden meevaren. Het schip is onder andere bewapend met een Oto Breda-kanon 127mm, een Vertical Launch System (VLS) Mk 41 voor Enhanced Sea, de Sparrow Missile en Standard Missile Harpoon Missile, een Goalkeeper (snelvuurkanon), Oerlikon-mitrailleurs 20 mm mk. 46 torpedo-wapensysteem.

    Hr. Ms. de Witt

    Hr. Ms. Johan de Witt (L801) is, net als Hr. Ms. Rotterdam, een amfibisch transportschip van de Koninklijke Marine. Hr. Ms. Johan de Witt is in de eerste plaats een transport- en landingsschip voor het vervoer van een bataljon mariniers met goederen. Door het schip een paar meter te laten zinken, kunnen de landingsvaartuigen van de mariniers eruit varen om zo direct op de kust te landen. Ook is er een helikopterdek voor onder andere de NH-90-helikopters en is er een klein ziekenhuis aan boord.
    De Hr. Ms. Johan de Witt kan, behalve als een landingsschip, ook functioneren als amfibisch commandoschip. Daarvoor heeft zij extra communicatiemiddelen en ruimte aan boord voor een amfibische staf van maximaal vierhonderdtwee personen. Denk hierbij aan extra slaapruimtes, ontspanningsruimtes en vergaderruimtes.
    Aan boord van de Johan de Witt bevindt zich de Joint Operations Room (JOR). In deze ruimte zijn alle communicatie- en vergadermogelijkheden aanwezig om de staf te voorzien van alle gemakken die een stafruimte aan de wal ook zou hebben. Vanuit de JOR kan de staf de operaties van het marinepersoneel of de mariniers coördineren. Ook is het mogelijk communicatie te onderhouden met de eenheden aan wal en de staf in Nederland of in andere landen.
    Net als Hr. Ms. Johan de Witt is Hr. Ms. Rotterdam een Amfibisch Transportschip dat wereldwijd ingezet kan worden. Marineschepen werken en oefenen vaak samen en het komt dan ook regelmatig voor dat je met meerdere marineschepen vaart.
    Hr. Ms. Johan de Witt haalt negentien knopen en er kunnen 146 bemanningsleden meevaren, exclusief opvarende leden van het Korps Mariniers. Het is bewapend met mitrailleurs .50 mm, en twee goalkeepers 30mm. Daarnaast heeft het navigatieradars voor oppervlaktedoelen en -navigatie.
    Hr. Ms Johan de Witt kan een compleet mariniersbataljon (ruim zeshonderd mariniers) aan boord nemen, vervoeren en ontschepen. Aan boord hebben de mariniers eigen slaap- en ontspanningsverblijven. Het schip kan landingsactief tot op detailniveau coördineren, waarvoor een volledig ingerichte amfibische commandocentrale aan boord is. Bijna elk type militair voertuig kan worden vervoerd, zelfs tanks. Het schip heeft voorraadruimte om een landingsactie van mariniers gedurende tenminste tien dagen te steunen.
    Niet overal ter wereld waar hulp van de Hr. Ms. Johan de Witt nodig is, zijn goede havens aanwezig. Om de bemanning, mariniers en goederen toch aan land te krijgen, laat men de achterzijde van dit schip wel vier meter zakken. Zo stroomt het water het dok binnen en kunnen de landingsvaartuigen uitvaren. Doordat het schip dicht bij de kust kan komen, kunnen de bemanning en mariniers op vrijwel elke plek afgezet worden en bijvoorbeeld sneller hulp bieden bij natuurrampen of humanitaire acties.
    De Logistieke Dienst is verantwoordelijk voor alle activiteiten rondom de ziekenboeg, de bevoorrading, de boekhouding, de wasserij, het kombuis, de toko, de salarisadministratie, de voeding en het houden van recepties. Je hebt als logistiek officier te maken met alle ondersteunende diensten (https://werkenbijdefensie.nl/functiegroepen/operationele-dienst.html).

    3. Basis

    Nederland:  Den Helder

    Koninklijk Instituut voor de Marine

    Het hoofdgebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine is honderdvijftig jaar oud en speciaal gebouwd voor de opleiding en huisvesting van toekomstige marineofficieren. Ook zit hier het kantoor van deCommandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine en zijn staf (https://werkenbijdefensie.nl/werken-bij/defensie-opleidingen/koninklijke-militaire-academie.html).
    Marineofficieren in opleiding worden Adelborsten genoemd. Beneden in het gebouw hebben zij een huiskamer met de Adelborstenbar. De vlaggenmast voor het gebouw is van het schip van zeeheld Jan van Speijk die zijn schip opblies om aan de Belgen te ontkomen.
    Het bijgebouw Klooster is nooit een klooster geweest. Het kreeg zijn naam doordat het op een klooster lijkt. Hier bevinden zich de bibliotheek, de reproductieafdeling, kantoren, les- en practicumlokalen en de brugsimulator. Ook hebben sommige Adelborsten hier hun studiekamer.
    Het Enys House is vernoemd naar het gelijknamige onderkomen voor Adelborsten op een landgoed in Cornwall Engeland gedurende de Tweede Wereldoorlog. Het huisvest het restaurant, de leslokalen, een computerlokaal en de faculteit.
    De brugsimulator traint (aspirant-)zeeofficieren in de vaardigheden die vereist zijn om een schip te kunnen en mogen varen. Op de brug van een schip worden de koers, de vaart en de plaatsbepaling van het schip geregeld. Door het gebruik van projectors en computers wordt er een virtueel zeelandschap gecreëerd, waar je met een virtueel schip doorheen vaart. Je doorloopt alle functies op de brug, leert de ‘verkeersregels’, hoe je communiceert met je team en andere schepen en hoe je navigeert.
    In gebouw Neptunus hebben de ‘ouderejaars’ Adelborsten ieder een eigen kamer waar ze slapen, studeren en kunnen ontspannen. Voor de bouw van Neptunus waren zij gehuisvest op het logementschip Neptunus, de naamgever van de huidige locatie. Omdat de Adelborsten hier minimaal twee jaar zitten, heeft het wat weg van een klein dorp waar iedereen elkaar kent. Dit is handig tijdens het studeren: kom je ergens niet uit, dan is er altijd iemand in de buurt die je kan helpen.
    Sporthal de Zweedse beschikt over uiteenlopende sportvoorzieningen. Zo zijn er een grote sportzaal, een klimmuur, een squashbaan, een fitness- en schermzaal, een dojo, een sauna, een zonnebank en tennisbanen. Deze faciliteiten worden gebruikt door aspirant-officieren, maar ook door de vaste werknemers op het Koninklijk Instituut voor de Marine. Daarnaast wordt de Zweedse regelmatig gebruikt voor tal van marinekampioenschappen, andere militaire sporttoernooien en de traditionele jaarlijkse sportstrijd tussen het Koninklijk Instituut voor de Marine en het KMA van de landmacht.

    NL/BE Opschool

    De Nederlands Belgische Operationele School (NL/BE OPSCHOOL) verzorgt alle vak- en functieopleidingen van de Operationele Dienst (https://werkenbijdefensie.nl/werken-bij/defensie-opleidingen/functie-opleiding.html). De basis van de leerlingen is VMBO of MBO 2, 3 of 4 en er wordt vooral praktijkgericht onderwijs gegeven. Vanaf dag één maak je kennis met de praktijksituatie van je toekomstige beroep. Er worden diverse simulators gebruikt. Na de opleiding en de examens word je aan boord geplaatst van één van de schepen of op een onderzeeboot van de Koninklijke Marine. Hier volg je de Praktische Bedrijfs Introductie, een soort stage. Tijdens deze periode leer je het schip en de diverse dienstvakken aan boord kennen. Dit doe je door een takenboek in te vullen. Hierin staan diverse opdrachten over je eigen functie, maar ook over de andere functies aan boord. Je bent hier zes tot acht maanden mee bezig.

    NBCD-school

    Op de Nieuwe Haven staat ook de NBCD-school. NBCD staat voor Nucleair, Biologisch, Chemisch en Damage-control. Iedereen die als militair bij de marine aan de slag gaat, volgt hier verschillende opleidingen. Je leert branden blussen, gaten dichten en omgaan met bijvoorbeeld een gaskamer.
    Op zee is een brand één van de gevaarlijkste problemen die je kan hebben. Een brand kan enorme schade aanrichten. Natuurlijk is er genoeg water om te blussen, maar al dat water in het schip zorgt er ook voor dat het schip instabiel wordt. Ook daarom is het van belang om een brand zo snel mogelijk te blussen. Op de NBCD-school leer je omgaan met handbrandblusmiddelen en met grote brandslangen.
    Naast een brand is een gat in de romp van het schip uiteraard ook een groot probleem. Anders dan in de film spuit het water niet naar binnen, maar gaat dit redelijk rustig. Het is natuurlijk wel van belang om zo snel mogelijk het gat in de romp af te sluiten. Al gaat het redelijk rustig, het gaat toch al wel snel om honderden liters per minuut! Hoe je een gat moet dichten, leer je in de zogenaamde ‘moot’. Hier sta je in een bewegende simulator (de Bever) tot je middel in het water ‘gaten’ te dichten.

    Nieuwe Haven

    Tijdens de Franse overheersing werd door Napoleon in 1812 begonnen aan de bouw van een marinehaven in Den Helder. Nadat de Fransen verslagen waren, is er door koning Willem I besloten om met de bouw van de haven verder te gaan en hier de belangrijkste marinebasis van te maken. In de Tweede Wereldoorlog werd de Marinehaven zwaar beschadigd. Na de oorlog is er besloten om de haven te herbouwen en is er in 1949 een nieuwe haven voor de marine aangelegd. Sindsdien heet de haven de ‘Nieuwe Haven’.
    De Nieuwe Haven is de thuisbasis van de Marine. Hier liggen de schepen als ze niet op oefening of uitgezonden zijn. Marinepersoneel dat aan boord werkt en te ver woont om elke avond naar huis te gaan, kan op de Nieuwe Haven slapen. Hier zijn diverse gebouwen voor. Ook bevinden zich hier diverse andere faciliteiten, zoals een ziekenboeg, laboratoria, scholen, restaurants, een fitnessruimte, een winkel en een café.
    Op het terrein van de Nieuwe Haven bevinden zich veel ondersteunende bedrijven. Je vindt hier ook de Admiraliteitsraad, in feite de directie van de marine. Schepen worden onderhouden op De Werf, één van de modernste werven van Europa met een geavanceerde scheepslift en een enorm overdekt droogdok. Ook het Duikmedisch Centrum, wat duikongevallen kan behandelen, is hier gevestigd. Dit centrum wordt zowel door de marine als door de offshore industrie gebruikt.

    Schepen

    De Nederlandse marine beschikt over zes fregatten, die overal ter wereld worden ingezet. Vaak in samenwerking met andere schepen van andere NAVO-landen als het gaat om internationale oefeningen en operaties. De meeste fregatten dragen de naam van een zeeheld. Zo is Harer Majesteit (Hr. Ms.) de Ruyter vernoemd naar Michiel de Ruyter, de bekendste zeeheld in de Nederlandse geschiedenis. Er zijn twee typen, de luchtverdedigings- en commandofregatten en de multipurposefregatten.
    Hr. Ms. Rotterdam en Hr. Ms. Johan de Witte zijn de twee amfibische transportschepen van de Nederlandse Marine. Deze worden ook wel Landing Platform Docks genoemd en hun voornaamste taak is het ondersteunen van amfibische operaties. Dat betekent het transporteren en het voor de kust ontschepen van een mariniersbataljon: maximaal zeshonderdtien manschappen, inclusief ondersteunende voorraden voor tien dagen. Een Landing Platofrm Dock moet zelfstandig gedurende dertig dagen de mariniers en goederen kunnen herbergen.
    Marineschepen moeten langere tijd onafgebroken op zee kunnen blijven. Dit kan alleen als de schepen onderweg regelmatig bevoorraad worden. De marine beschikt op dit moment over een bevoorrader, de Hr. Ms. Amsterdam. Dit schip levert op volle zee de nodige goederen zoals brandstof, kleding, voedsel en munitie. Dit schip beschikt over een helikopterdek en een hangar voor meerdere helikopters. De laadcapaciteit is tienduizenddriehonderd ton, inclusief negenduizend ton brandstof.
    De Kleine Bovenwatereenheden bestaan uit de Oceangoing Patrol Vessel Hollandklasse, patrouilleschepen voor acties in het lage geweldsspectrum. Verder bestaan de kleine bovenwatereenheden uit de Alkmaarklasse mijnenjagers, de hydrografische opnemingsvaartuigen Hr. Ms. Luymes en Hr. Ms. Snellius, het torpedowerkschip Hr. Ms. Mercuur, het ondersteuningsvaartuig Hr. Ms. Pelikaan, het zeilend opleidingsschip Hr. Ms. Urania, het rijksopleidingsvaartuig van Kinsbergen en de havenduikvaartuigen.
    De vier onderzeeboten van de Walrusklasse behoren tot de modernste conventionele onderzeeboten ter wereld. Belangrijke taken zijn counterdrugs operaties, informatie verzamelen en zicht houden op risico gebieden. De vierenvijftig bemanningsleden hebben een speciale training gevolgd en volgen aan boord een extra trainingsprogramma, waarbij elk bemanningslid, van kok tot Commandant, de hele onderzeeboot leert kennen. Als je slaagt, krijg je het felbegeerde onderzeedienstisigne, de ‘flipper’, opgespeld.

    Maritiem Vliegkamp De Kooy

    De Kooy werd gesticht in 1918. Toen werden er jagers, jachtbommenwerpers en verkenners voor de Marine gestationeerd. In de Tweede Wereldoorlog werd het gebombardeerd en pas eind jaren veertig weer opgebouwd. In 1960 kreeg het voor het eerst een betonnen start- en landingsbaan. Vanaf de jaren tachtig wordt De Kooy gedeeld met civiele gebruikers.
    Maritiem Vliegkamp De Kooy is de thuisbasis voor de helikopters van de squadrons 7 en 860 van het Defensie Helikopter Commando. Maar het heeft ook een civiele functie, zoals voor de offshore helikopters die de olieplatforms op de Noordzee bevoorraden en ook de vliegtuigen die de sleepdoelen voor de schietoefeningen van de marine verzorgen. De belangrijkste gebruiker blijft de groep Maritieme Helikopters. De nieuwe NH90 helikopters hebben De Kooy als thuisbasis.
    De NH90 helikopter is een veelzijdige helikopter die gestationeerd is op fregatten, LPD’s, bevoorraders en op het land. Tot de taken behoren het opsporen en eventueel onschadelijk maken van schepen en onderzeeboten en het vervoeren van de Unit Interventie Mariniers en arrestatieteams. Een belangrijke taak bestaat uit het uitvoeren van Search and Rescue missies, waarbij gewonde personen van schepen afgehaald worden (https://werkenbijdefensie.nl/krijgsmachtdelen/marine/taken-in-de-praktijk/search-and-rescue.html). De bemanning bestaat uit een vlieger, een tactisch coördinator en een sensor-operator.
    De helikoptersimulator wordt gebruikt door diverse landen. Niet alleen is het beeld zeer realistisch, maar ook alle controls die je in de cockpit van een helikopter vindt, zijn aanwezig. Bovendien staat de simulator op een aantal pneumatische poten, die de cabine alle kanten op kan laten bewegen. Hierdoor lijkt het net alsof je echt vliegt en dit komt ten goede van de trainingen.

    Marine museum

    Alles over de Marine vind je in het Marinemuseum. Het museum is onlangs vernieuwd en uitgebreid: je kunt er van alles zien, lezen én doen. Er zijn bijvoorbeeld films van marineschepen van vlak voor de Tweede Wereldoorlog en er is het originele boek met handtekeningen van de overgave van Japan is er aanwezig. Je kunt jezelf met een .50 mitrailleur tegen vliegtuigen verdedigen en er zijn diverse mooie modellen van oude en nieuwe marineschepen. Ook de ‘Schorpioen’ en de wereldberoemde mijnenveger ‘Abraham Crijnssen’ zijn open. Een museum over de marine kan natuurlijk niet compleet zijn zonder een aantal schepen. Zo ligt er het ramschip de Schorpioen die gebouwd is om andere schepen te rammen. Een beroemd schip is de mijnenveger Abraham Crijnssen. Dit schip ontsnapte in de Tweede Wereldoorlog aan de Japanners door zich als drijvend eiland voor te doen. Het mooiste vaartuig is misschien wel de Tonijn. In deze onderzeeboot uit 1965 kan je ervaren hoe een ouderwetse onderzeeboot er van binnen uitziet.

    Fort Erfprins

    Langs de Noord-Hollandse kust werden in de middeleeuwen vestingwerken aangelegd tegen de aanvallen van zeerovers. Tijdens de Franse overheersing gaf Napoleon opdracht om een onneembaar bastion te bouwen. Hij kwam zelf naar Den Helder om de nodige strategische aanwijzingen te geven. De grootste vesting vernoemde hij naar één van zijn gesneuvelde krijgsmakkers, generaal Lasalle. De vesting werd in 1813 opgeleverd. Na de Franse tijd werd Fort Lasalle omgedoopt tot Fort Erfprins (naar de zoon van Willem II). Fort Erfprins heeft sinds zijn bestaan veel verschillende bewoners geherbergd. Van de kustartillerie, de vestingartillerie en de infanterie tot en met de militaire politie, Duitse bezetters, Texelse verzetsstrijders, collaborateurs en zwarthandelaren. In de jaren vijftig werd de Erfprins een marinekazerne. Nu biedt Fort Erfprins onder andere ruimte aan gespecialiseerde technische opleidingen van de Koninklijke Marine.
    KMTO staat voor Koninklijke Marine Technische Opleidingen. Hier worden opleidingen op (wapen)technisch gebied voor zowel marinepersoneel als (wapen)technisch personeel van de andere krijgsmachtdelen verzorgd. Er zijn diverse leslokalen, maar ook veel praktijkruimtes. Hier oefen je in de werkplaatsen en simulators, zodat je aan boord na je opleiding al goed weet hoe de systemen in elkaar zitten waarmee je gaat werken (https://werkenbijdefensie.nl/werken-bij/leerovereenkomst-techniek-mbohbowo.html)
    De EMMV is de Eerste Maritieme Militaire Vorming. Tijdens deze opleiding leer je bijvoorbeeld de rangen en standen, krijg je militaire vorming en word je opgeleid in algemene scheepstaken. Dat zijn taken bij het aanleggen van schepen in de haven, het onderhoud van het schip en hoe te handelen bij brand- en averijbestrijding.
    Als je je vmbo-diploma haalt, ben je vaak pas vijftien of zestien jaar en nog te jong om bij de Marine te solliciteren. Je kunt dan wel alvast beginnen met de opleiding Veiligheid en Vakmanschap (https://veva.nl/De-opleiding.html). Hier krijg je een MBO opleiding op niveau 1 of 2. Je maakt kennis met functies binnen de Marine, Landmacht en Luchtmacht en ervaar je hoe het is om er te werken. Sport en militaire activiteiten zijn dus belangrijke onderdelen. Je gaat bijvoorbeeld mee op bivak en krijgt les in zelfverdediging en militaire EHBO.

    Den Helder: meer dan alleen Marine

    Den Helder heeft verschillende hotspots, maar de Lange Jaap is toch wel de opvallendste. Deze vuurtoren is opgeleverd in 1978 en staat ten noorden van Fort Kijkduin. Met een hoogte van 63,45 meter is de Lange Jaap de hoogste gietijzeren toren van Europa. Ondanks dat er tegenwoordig vaak GPS wordt gebruikt, is de Lange Jaap nog steeds een handig navigatiemiddel. De marine gebruikt de vuurtoren als meetpunt bij het binnenvaren van de haven.
    Fort Kijkduin is een fort in Huisduinen, vlak bij Den Helder. Het is gebouwd in opdracht van Napoleon tijdens zijn bezoek aan Huisduinen in 1811. Hij zag grote waarde in de strategische ligging van Den Helder. Hij noemde Den Helder ook wel ‘het Gibraltar van het noorden’. Destijds bood het fort plaats aan ruim zevenhonderd soldaten. Sinds 1996 is het een museum met een Noordzeeaquarium dat in het ondergrondse gangenstelsel is gebouwd, met als grootste attractie een glazen tunnel.
    Het Nationaal Reddingsmuseum Dorus Rijkers is in 1981 opgericht. Het museum kreeg de naam van één van de bekendste Nederlandse redders, Theodorus (Dorus) Rijkers. Hij leefde van 1847 tot 1928 en was schipper op verschillende reddingsboten. In totaal heeft hij 487 mensen gered tijdens achtendertig reddingen. In het museum is alles te vinden wat met water en overleven te maken heeft zoals reddingsboten en wetenswaardigheden over bijzondere reddingsacties en search-and-rescuediensten van de Koninklijke Marine.
    Café-restaurant Nogal Wiedus staat op het uiterste plekje van de dijk, naast vuurtoren Lange Jaap, recht tegenover de Noorderhaaks. Dit is een onbewoonde zandplaat bij het eiland Texel, die ook wel Razende Bol wordt genoemd. Nogal Wiedus heeft een prachtig uitzicht over zee en wordt het hele jaar door, maar vooral in de zomer, veel bezocht door mensen van de Marine en vakantiegangers.

    Nederland: Amsterdam

    De Marinekazerne in Amsterdam zit al sinds 1654 op het eiland Kattenburg. In het begin was het een belangrijke marinewerf waar schepen voor Michiel de Ruyter, Tromp en van Speijk zijn gebouwd. In 1962 werd begonnen met de bouw van de IJ-tunnel. De marine moest daarom een deel van het terrein afstaan. Ook het Zeemagazijn werd afgestaan en omgebouwd tot Scheepsvaartsmuseum. Op het huidige terrein zijn tegenwoordig onder andere het keuringscentrum en de wervingsafdelingen van de krijgsmacht gevestigd.
    Eind jaren tachtig kwam het Marine Keuring en Selectiecentrum van Hilversum naar Amsterdam. Nu worden er voor alle krijgsmachtsonderdelen honderd sollicitanten per dag gekeurd (https://werkenbijdefensie.nl/werken-bij/toelatingseisen-en-keuring/marine.html). De Marinekazerne ligt vlakbij Centraal Station en is vanaf daar goed te bereiken met de bus of met de bootdienst van de marine. Wie solliciteert als militair, leer de kazerne het snelst kennen want tijdens de Marinier Algemeen Selectietest wordt uitputtend gebruik gemaakt van de sportfaciliteiten  op de kazerne.

    Nederland: Den Haag

    De politiek beslist of de Marine uitgezonden wordt, of er geweld mag worden gebruikt en hoe lang de missie duurt. In eerste instantie wordt dit gedaan door de minister van Defensie, waarna de Tweede Kamer de goedkeuring hiervoor geeft.
    De Commandant der Strijdkrachten is de hoogstgeplaatste militair van de Nederlandse krijgsmacht. De Commandant der Strijdkrachten is eigenlijk een tussenpersoon tussen de politieke leiding, de minister van Defensie en de krijgsmacht. Hij bepaalt de operationele inzet en is namens de minister verantwoordelijk voor de operationele planning, aansturing en inzet van de krijgsmacht.
    De Defensie Materiaal Organisatie is een jong defensieonderdeel. De Defensie Materiaal Organisatie zorgt voor het defensiemateriaal gedurende de hele levensduur: van de aankoop en het groot onderhoud tot de afstoting. De Defensie Materiaal Organisatie draagt dus ook zorg voor de marineschepen.

    Nederland: Vlissingen

    Vroeger werden in Vlissingen schepen gebouwd en matrozen opgeleid. Ook hadden verschillende marineschepen Vlissingen als thuishaven. Sinds de  Koninklijke Marine vooral in Den Helder zit, is dat veranderd. In 2017 zal het Eerste en Tweede Mariniersbataljon hier naar toe verhuizen vanuit Doorn Nu wordt er op de marinekazerne in Vlissingen alleen marinepersoneel gehuisvest als er nieuwe schepen gebouwd of afgebouwd worden. Zij vormen de eerste bemanning van het schip zodra het gaat proefvaren. De schepen worden gebouwd door de Vlissingse scheepswerf Damen Schelde Naval Shipbuilding. Damen Schelde Naval Shipbuilding in Vlissingen is op dit moment hofleverancier van schepen voor de Koninklijke Marine. De werf is in 1875 begonnen als Koninklijke Schelde. Het bedrijf heeft sindsdien meer dan honderd marineschepen gebouwd die onder Nederlandse vlag hebben gevaren. Van onderzeeboten tot kruisers. Ook heeft de werf schepen gebouwd voor de marines van Griekenland, Thailand, Marokko en Indonesië. In 2000 werd de werf onderdeel van de Damen Shipyards Group uit Gorinchem.

    De Nederlandse Antillen: Curaçao

    Marinebasis Parera

    Centraal op Curaçao ligt in Willemstad de marinebasis Parera. Op deze basis is de staf van de Commandant der Zeemacht in het Caribische gebied gevestigd. Sinds augustus 2009 is een roulerende compagnie van de Koninklijke Landmacht gestationeerd op Curaçao. Onder leiding van de Commandant der Zeemacht in het Caribische gebied waarborgen marinemedewerkers en landmachtpersoneel de veiligheid van het grondgebied van de Nederlandse Antillen en Aruba. Hiervandaan worden onder andere de counterdrugsoperaties aangestuurd.
    Het ondersteuningsvaartuig van de Koninklijke Marine in het Caribisch gebied, Hr. Ms. Pelikaan, wordt ingezet bij het ondersteunen  van operaties en oefeningen van het Korps Mariniers en de Kustwacht op de Nederlandse Antillen en Aruba. Verder levert het schip bijstand aan operaties van het stationsschip. Bij natuurrampen kan de Pelikaan bovendien snel te hulp schieten met noodzakelijk materiaal, personeel en humanitaire goederen.
    De Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba heeft toezichthoudende en dienstverlenende taken. Het is een aparte organisatie onder beheer van de minister van Defensie. Op Marinebasis Parera te Curaçao is het kustwachtcentrum gevestigd. Hier worden ook opsporings- en reddingsacties gecoördineerd. De Kustwacht heeft steunpunten op Aruba en Sint Maarten. Het materiaal bestaat uit drie kustwachtcutters en een groot aantal kleinere eenheden.
    Diverse schepen van de Koninklijke Marine doen op Curaçao aan. Soms als stationsschip, zoals Hr. Ms. de Ruyter of Hr. Ms. Friesland, en soms voor een oefening zoals Hr. Ms. Walrus. Vaak wordt een schip ook opengesteld voor bezoekers, zodat de plaatselijke bevolking aan boord kan kijken.

    Marinekazerne Suffisant

    De Marinekazerne Suffisant op Curaçao is verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstplicht op de Nederlandse Antillen. In tegenstelling tot wat de naam doet geloven, is de dienstplicht niet militair getint, maar juist sociaal. Via de dienstplicht krijgen kansarme Antilliaanse jongeren de kans om een opleiding te volgen. Daarmee behalen zij een civiel erkend diploma. Door de opleiding wordt hun kans op een baan in de burgermaatschappij vergroot.
    De 31e infanteriecompagnie is in augustus 2009 opgeheven. Sindsdien is er om de vier maanden een roulerende compagnie geplaatst. De landmachteenheden ondersteunen de hoofdtaken van Defensie in het gebied. Van de territoriale verdediging van de Nederlandse Antillen en Aruba en handhaving van de internationale rechtsorde tot het verlenen van bijstand aan lokale autoriteiten.
    De Marinekazerne Suffisant is ook de basis voor eenheden uit Nederland (of uit het buitenland) die op Curaçao deelnemen aan oefeningen of trainingen. Verder is de kazerne gastheer van het Vrijwilligers Korps Curaçao. Deze vrijwilligers zij inzetbaar voor de handhaving van rust en orde op het eiland.
    Het Korps Mariniers houdt regelmatig grote oefeningen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse scenario’s, zodat het Korps voorbereid is op alle mogelijke uitdagingen.

    De Nederlandse Antillen: Aruba

    Marinierskazerne Savaneta

    Marinierskazerne Savaneta bevindt zich op Aruba, één van de benedenwindse eilanden in de Caribische Zee. De kazerne is een integraal onderdeel van de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied en draagt bij aan operationele taken. Tot de Tweede Wereldoorlog werden alle militairen gelegerd in Oranjestad, in het soldatenkwartier van het Commandeurshuis. In januari 1951 is de kazerne overgenomen door de Marine.
    Een peloton Arubaanse militairen is belast met de bewakings- en beveiligingstaken van de kazerne. Ook zijn diverse ondersteunende diensten aanwezig, zoals administratieve en logistiek ondersteuning, facilitaire middelen en een geneeskundige dienst. De kazerne heeft een aansprekende positie binnen de Arubaanse samenleving, die terug te voeren is op de langdurige aanwezigheid van mariniers op Aruba.
    Het Korps Mariniers oefent het hele jaar door op diverse plekken op de wereld. Soms wordt er echt een grote oefening gehouden met diverse andere onderdelen van de Koninklijke Marine. De mariniers worden bijvoorbeeld tot de kust gebracht door Hr. Ms. Rotterdam en varen daarna naar de kust in zogenaamde LCU’s met behulp van luchtsteun van diverse helikopters.

    32 infanteriecompagnie

    De 32e infanteriecompagnie van het Korps Mariniers is gestationeerd op de Marinierskazerne Savaneta. De compagnie bestaat uit een staf, drie pelotons en ondersteunende eenheden, waaronder de bootgroep, die beschikt over Boston-Whaler vaartuigen. De 32e infanteriecompagnie traint en oefent regelmatig. De compagnie heeft een uiteenlopend takenpakket. Daarom zijn de mariniers getraind op veel verschillende aspecten. Gedurende het jaar worden oefeningen en trainingen uitgevoerd in de Verenigde Staten, Frans-Guyana, de Boven- en Benedenwindse Eilanden en Suriname.
    De 32e infanteriecompagnie neemt ook actief deel aan uitwisselingen met Amerikaanse mariniers en Franse militairen, waaronder het Vreemdelingenlegioen. Een peloton Arubaanse militie is verantwoordelijk voor bewakings- en beveiligingstaken van de kazerne.
    Belangrijkste taak van het bootpeloton is het inzetgereed houden en het inzetten van de kleine vaartuigen in het Caraïbisch Gebied voor de landsverdediging, het ondersteunen van amfibische operaties en bij hulpverlening bijvoorbeeld na een orkaanpassage. Daarnaast houdt het peloton zich bezig met amfibische operaties en strandverkenningen. Het bootpeloton beschikt over twintig Boston Whalers met honderdvijftig PK buitenboordmotoren en tien rubberboten met veertig pk buitenboordmotoren.

    4. Missies

    De Koninklijke Marine zet zich actief in bij verschillende humanitaire missies.

    Verenigde Staten: een humanitaire missie in New Orleans

    De orkaan Katrina richtte op 26 augustus 2005 veel schade aan langs de zuidkust van de Verenigde Staten. Op 29 augustus raasde de orkaan met windsnelheden van 233 kilometer per uur over New Orleans. De schade was enorm. Grote delen van de Mississippi, Louisiana en Alabama stonden onder water. Op 31 augustus 2005 bezweken een aantal dijken rondom de stad New Orleans. Maar liefst tachtig procent van New Orleans stond onder water. Op sommige plaatsen zelfs zeven meter hoog.
    Bemanningsleden van het Nederlandse marinefregat Hr. Ms. Van Amstel hebben geholpen met het weer begaanbaar maken van scholen en wegen en het opruimen in de verwoeste stad. De marinehelikopters vlogen hulpgoederen naar de moeilijk bereikbare locaties. Ook voorzag Nederlands marinepersoneel in de primaire levensbehoeften van de bevolking in de door orkaan Katrina verwoeste gebieden. Ter plekke deelden zij daar voedsel en schoon water uit.
    Nadat de Hr. Ms. Van Amstel naar Curaçao was gevaren om hulpgoederen en extra mariniers op te halen, is het schip doorgevaren naar Puerto Rico om daar een bijzondere helikopter op te halen. Dit komt weinig voor, omdat fregatten vrijwel altijd maar één helikopter aan boord hebben. Het vliegen met twee helikopters brengt speciale omstandigheden met zich mee. Er werd hiervoor geoefend onderweg naar en bij New Orleans.
    De NH90 is een veelzijdige helikopter die gestationeerd wordt op fregatten, LPD’s, bevoorraders en op het land. Tot de taken behoren het opsporen en eventueel onschadelijk maken van schepen en onderzeeboten, het vervoeren van de Unit Interventie Mariniers en arrestatieteams. Een belangrijke taak bestaat uit het uitvoeren van Search and Rescue missies, waarbij gewonde personen van schepen worden afgehaald. De bemanning bestaat uit een vlieger, een tactisch coördinator en een sensor-operator.
    Naast het sturen van Hr. Ms. Van Amstel heeft de Nederlandse regering nog meer hulp gegeven. Zo zijn er een truck met oplegger, drie pompen, vacuümmachines, een duizendlitertank en tweehonderdtwintig meter aan leiding naar het rampgebied gestuurd. De materialen werden met een Antonov vervoerd vanuit Eindhoven, omdat alleen dit grote type vliegtuig de vracht kon transporteren.

    Haïti: een humanitaire missie na een aardbeving

    Een krachtige aardbeving treft Haïti op 12 januari 2010 om 16:53. Het centrum van de aardbeving ligt vlak bij de hoofdstad Port-au-Prince, die zwaar beschadigd raakt. Meer dan tweehonderdduizend mensen vinden de dood, driehonderdduizend raken gewond en een miljoen raken dakloos. Belangrijke bestuurlijke gebouwen, zoals het paleis en het regeringsgebouw, raken zwaar beschadigd, waardoor het land vrijwel onbestuurbaar wordt. De infrastructuur is vernield en hierdoor is het moeilijk aan schoon water en eten te komen.
    Het ondersteuningsvaartuig in het Caribische gebied, de Hr. Ms. Pelikaan, lag in Sint Maarten tijdens de aardbeving. Direct na de aardbeving is het schip naar Curaçao gevaren om daar voorbereidingen te treffen voor de hulpverlening in Haïti. Onder andere water, voedsel en tenten worden ingeslagen. Vanuit Curaçao vaart het schip naar Aruba om extra hulpgoederen in te slaan en drieënveertig mariniers aan boord te nemen die gaan helpen bij de hulpverlening in het getroffen gebied.
    Ook de haven van Port-au-Prince is zwaar getroffen. Met behulp van de kraan op de Hr. Ms. Pelikaan wordt de haven gedeeltelijk begaanbaar gemaakt, waarna het schip als eerste na de ramp in de haven aanlegt. De eerste taak is het begeleiden van honderd adoptiekinderen naar het vliegveld door mariniers. Er worden hulpgoederen bezorgd bij weeshuizen, waar de marinearts de weeskinderen onderzoekt. De mariniers ondersteunen ook het Urban Search and Rescue Team dat op zoek is naar overlevenden.
    De hulpverlening gaat door. Hr. Ms. Pelikaan gaat naar Cuba om Amerikaanse duikspecialisten en nieuwe hulpgoederen op te halen. De mariniers blijven achter en gaan door met het uitdelen van hulpgoederen en patrouilleren in Port-au-Prince om de veiligheid van de bevolking te garanderen. Nadat alle hulpgoederen zijn uitgedeeld, helpen de mariniers diverse hulporganisaties. Zo wordt er een doodziek meisje naar een Amerikaans hospitaalschip gebracht en wordt er geholpen bij het opbouwen van een tentenkamp.
    Na elf intensieve dagen van hulpverlening, variërend van begeleiding van konvooien tot het uitdelen van noodrantsoenen en de distributie van shelterboxen, beëindigt het noodhulpdetachement van Defensie op 29 januari zijn inzet op Haïti.

    Tsjaad: de marine zet zich door de lokale bevolking te beschermen

    Twee detachementen van zestig mariniers hebben vanaf juni 2008 deelgenomen aan de Europese missie in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUFOR-Tchad/RCA). De mariniers werden toegevoegd aan een Iers bataljon. Hun taak bestond uit het uitvoeren van verkenningen. De EUFOR-missie is de grootste Europese militaire operatie tot nu toe, bestaande uit zeventien landen. Er deden veertien landen aan mee, met in totaal zevenendertighonderd militairen.
    De reden voor de missie was de grote mate van wetteloosheid en de daardoor ontstane instabiele situatie met de ruim vierhonderdduizend vluchtelingen vanuit Soedan in Oostelijk Tsjaad. De opdracht van de EUFOR-macht was het beschermen van burgers, vluchtelingen en het personeel van talrijke hulporganisaties in het gebied. Naast de aanwezige rebellen, bleven het voornamelijk banditisme en criminaliteit waartegen bescherming moest worden geboden.
    Vanaf mei kregen de mariniers te maken met de regenperiode in de Tsjaad. Omdat het Korps Mariniers in de meest uiteenlopende klimatologische en terreinomstandigheden moet kunnen optreden, maakte men gebruik van de zogenaamde ‘Viking’. Dit is een gepantserd aliterrainvoertuig waarmee men mariniers kan vervoeren en patrouilles kan uitvoeren. Het voertuig kan ook worden gebruikt voor logistieke en medische handelingen.
    De plaatselijke bevolking was zichtbaar dankbaar voor de komst van EUFOR in het land, omdat er daardoor weer een gevoel van veiligheid ontstond. De mariniers haalden erg veel voldoening uit de zichtbare waardering van de bevolking in de kleine dorpjes. Door onregelmatig en intensief te patrouilleren in zo veel mogelijk gebieden was het mogelijk om banditisme en criminaliteit te ontmoedigen. De laatste mariniers zijn in maart 2009 uit Tsjaad vertrokken.

    Libanon: een langdurige missie voor vrijheid en stabiliteit

    Begin jaren zeventig was er veel politieke onrust in Libanon. Dit kwam onder andere door spanningen tussen de christelijke bevolking en de moslimbevolking. Diverse groepen, uit Libanon en uit buurlanden, gingen met elkaar op de vuist. In 1978 werd vanuit Libanon een aanval uitgevoerd op de Israëlische stad Tel Aviv. Als reactie hierop viel Israël Libanon binnen. De Verenigde Naties waren bezorgd om de stabiliteit in het Midden-Oosten en zonder een VN-vredesmacht die tot op heden aanwezig is.
    Ondanks de aanwezigheid van de United Nations Iterim Force Lebanon (UNIFIL) VN-vredesmacht viel Israël in 1982 opnieuw Libanon binnen. Na drie maanden van gevechten werd een bestand getekend, dat in 1984 eenzijdig voor Libanon werd ontbonden.
    Israël trok zich uiteindelijk in 2000 totaal terug uit Libanon. In 2006 escaleerde het conflict wederom en viel Israël Libanon binnen. Aanleiding was onder andere de ontvoering van twee Israëlische militairen en de aanwezigheid van Hezbolla in Libanon. Onder druk van de Verenigde Naties kwam na twee maanden een staakt-het-vuren. In oktober 2006 besloot de regering om aan deze missie deel te nemen. Het doel van de missie is stabilisering van de Libanese regio. Ontwapening van Hezbolla en een effectieve grenscontrole om herbewapening te voorkomen zijn daarvoor essentieel. In december 2006 vertrok Hr. Ms. Van Galen naar de Middellandse Zee voor een periode van acht maanden.
    In maart 2007 eindigde de missie van Hr. Ms. Van Galen en nam Hr. Ms. Van Speijk deze over. Deze missie duurde tot september 2007. Hr. Ms. De Ruyter was het volgende schip dat  deze missie op zich nam. Het lag voor de kust van Libanon tot januari 2008. De laatste aflosser was de bevoorrader Hr. Ms. Amsterdam. Deze heeft hier maar kort gelegen, omdat de regering besloot de missie na maart niet te verlengen. Samen hebben de schepen bijgedragen aan veiligheid en stabiliteit in de regio.

    Somalië: hulp aan het World Food Programma

    Het luchtverdedigings- en commandofregat Hr. Ms. Evertsen nam deel aan een missie voor het World Food Programma van de Verenigde Naties. De luchtverdedigings- en commandofregat patrouilleerde voor drie maanden in de Somalische wateren om voedseltransporten te escorteren. Dit was nodig om ze te beschermen tegen piraterij en roof, een groot probleem in het zeegebied bij de Hoorn van Afrika. Van september tot december 2008 heeft Hr. Ms. de Ruyter deze taken verricht in dit gebied.
    Alleen al in 2008 werden bij Somalië tientallen schepen aangevallen en een aantal gekaapt. Dankzij maritieme escorte van diverse landen zijn de voedseltransporten dat jaar wel veilig aangekomen. Door de inzet van het Nederlandse marinefregat kon de aanvoer van eten en hulpgoederen naar Somalië beter worden gewaarborgd. Veel inwoners van het Oost-Afrikaanse land zijn van voedselhulp afhankelijk. Vorig jaar bood het World Food Programme hulp aan ruim anderhalf miljoen Somaliërs.
    Vanuit Mombassa begeleidde het fregat in een eerste konvooi twee schepen die humanitaire transporten verzorgden naar Mogadishu, de hoofdstuk van het door hongersnood en burgeroorlog geteisterde Somalië. De Evertsen was voor de duur van de missie uitgerust met onder meer een helikopter, een beveiligingsteam van het korps en zelfs een tolk. Rules of Engagement verschaften de Nederlandse marinemensen de vereiste bevoegdheden voor de eigen verdediging en die van de te escorteren schepen van het World Food Programm. Ze beschermden de schepen van het World Food Programm door er dicht naast te varen. Daarnaast was ook een team mariniers aanwezig op de schepen van het World Food Programma.

    Atalanta: hulp bij het actief bestrijden van piraten

    Jaarlijks passeren tussen de twintigduizend en dertigduizend schepen de Gold van Aden en de Indische Oceaan. Als sinds het begin van de burgeroorlog in Somalië aan het begin van de jaren negentig, is piraterij een bedreiging voor de internationale scheepvaart. De piratengroepen opereren tot een afstand van bijna zevendhonderdvijftig kilometer uit de kust van Somalië. Sinds 2005 maken vele internationale organisaties zich zorgen over de toename van de piraterij.
    Op zeven oktober 2008 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1838 aangenomen, waarmee landen die schepen in de regio hadden, opgeroepen worden militaire actie te ondernemen om de kapingen te onderdrukken. Operatie Atalanta is een missie van de Europese Unie om de piraterij te bestrijden voor de Somalische kust. Atalanta, de eerste maritieme operatie van de Europese Unie, moet de veiligheid langs de scheepvaartroutes vergroten en de piraterij op zee ontmoedigen en verstoren.
    Het kabinet besloot eind 2008 om de Hr. Ms. Evertsen bij te dragen aan missie Atalanta. Dit Nederlandse fregat nam tot eind december 2009 deel aan de missie. Toentertijd leverden acht Europese landen een permanente bijdrage aan de missie en deze is verlengd tot december 2010. De Nederlandse bijdrage bestaat uit Hr. Ms. Tromp, Hr.Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Zeven Provincieen, Hr. Ms. Amsterdam, Hr. Ms. Rotterdan en Hr. Ms. Johan de Witt. Deze worden tot op de dag van vandaag na elkaar ingezet voor operatie Atalanta. Ook onderzeeboten nemen voor verkenningswerkzaamheden en inlichtingen deel aan Atalanta.
    De taken zijn het escorteren van schepen, waaronder voedselschepen van de Verenigde Naties, het beschermen van schepen in een speciale corridor voor de kust van Oost-Afrika en het surveilleren in gebieden met een verhoogde dreiging. In de korte tijd dat Hr. Ms. Tromp haar missie heeft uitgevoerd, zijn verschillende successen geboekt. Vooral de bevrijding van Duitse gegijzelden heeft veel aandacht gekregen. Aanwezig op het fregat was de normale bewapening, extra kleine wapens, een helikopter en speciale eenheden van het Korps Mariniers.

    Afghanistan: training en begeleiding van het Afghaanse leger

    Na de aanslagen van elf september 2001 was de internationale gemeenschap unaniem in haar oordeel dat Afghanistan nooit meer een vrijplaats mocht zijn voor terroristen. Vanaf dat moment heeft de internationale gemeenschap de Afghanen bijgestaan om een stabiele, democratische staat te kunnen vormen. Een staat waar autoriteiten zelfstandig kunnen zorgen voor veiligheid, stabiliteit en wederopbouw.
    Ook Nederland heeft zich verbonden aan de toekomst van Afghanistan. In 2005 maakte de Nederlandse regering bekend de inspanning in Afghanistan te willen voortzetten. Het doel is creëren van veiligheidsvoorwaarden voor bestuurlijke en economische opbouw. Er zijn op dit moment ongeveer 1650 Nederlandse militairen actief in Afghanistan. Ook in de afgelopen jaren hebben militairen van de vloot en van het Korps Mariniers gediend in verschillende operaties in Afghanistan.
    Omdat de Afghaanse troepen eindelijk de veiligheid in eigen land moeten kunnen waarborgen, leveren de NAVO-landen de zogenaamde Operational Mentoring and Liaison Teams aan de ISAF-missie. Het Korps Mariniers levert sinds 2006 personeel aan het Operational Mentoring and Liaison Teams. De hoofdtaak is het trainen van het Afghaanse leger en het mentoren en begeleiden van het leger tijdens trainingen en missies.
    Een OMLT-militair leeft letterlijk tussen Afghanen. Dichter bij de Afghaanse cultuur en leefomgeving kan je niet komen. Tijdens het werk treedt een militair op als een vraagbaak, mentor en begeleider van de Afghaanse collega’s. Bij dit alles is hij voor een belangrijk deel op zijn eigen kennis, vakmanschap en inzicht aangewezen. Uiteraard vergt dit veel van de militairen, maar voorafgaand aan de missie worden ze hier uitvoerig op voorbereid.
    Vanaf juli 2009 vormt een versterkte compagnie mariniers een vast onderdeel van de Nederlandse Battlegroup. Al vanaf het allereerste begin van de Nederlandse inzet in Afghanistan zijn mariniers betrokken bij de missie, zowel de Special Forces als in de Provincial Reconstruction Teams en de staven. Tot halverwege 2010 werden rond de zevenhonderd mariniers naar het gebied uitgezonden. Dit was de grootste personele inzet van het Korps Mariniers in een ernstmissie sinds jaren.

    Cambodja: bijdrage aan een vrije en eerlijke verkiezing

    De Franse kolonie Cambodja verwierf in 1954 de onafhankelijkheid. De vorst Norodom Sihanouk gaf toen zijn koningschap op om president te kunnen worden. Zijn positie werd echter ernstig bedreigd door linkse en rechtse groeperingen. De communistische Rode Khmer vormde de kern van het verzet. Onder leiding van leider Pol Pot voltrok zich een drama dat meer dan een miljoen Cambodjanen het leven kostte. In 1979 verdreven Vietnamese troepen de Rode Khmer. Er begon een guerrillastrijd van tien jaar.
    Na tien jaar bemiddelingen sloten de Verenigde Naties, Indonesië en Frankrijk in 1991 een bestand. Ter ondersteuning roep de Verenigde Naties de United Nations Transitional Authority in Cambodja (UNTAC) in het leven. De minister van Defensie ging akkoord met deelname van Nederlandse militairen aan UNTAC. Op 12 maart 1992 werd besloten om een infanteriebataljon van het Korps Mariniers in te zetten.
    De mariniers hadden als hoofdtaak om de verschillende partijen gescheiden te houden, te ontwapenen en te demobiliseren. Doordat de Rode Khmer in het gebied niet mee wilde werken, toonden ook de andere partijen zich terughoudender. De overige taken waren het begeleiden van terugkerende vluchtelingen, het beveiligen van konvooien, deelname aan de grensbewaking en verbetering van de infrastructuur.
    Op 10 juni 1993 verklaarden de Verenigde Naties dat de verkiezingen in Cambodja vrij en eerlijk waren verlopen. De taken van de Verenigde Naties liepen in hetzelfde jaar af en de laatste Nederlandse eenheden verlieten op 16 oktober het land. In totaal hebben 2698 Nederlandse militairen aan de missie deelgenomen, van wie 2288 van de Koninklijke Marine.